Miljoenen voor meedoenbeleid. PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Inge Eshuis   
zondag 22 november 2009 21:11

Uit de raadsvergadering van 1 oktober 2009

Er ligt een raadsvoorstel voor (voortzetting) van het meedoenbeleid van 2009-2010.  (klik hier voor het raadsvoorstel)

In de informatieboekjes van de ISD lezen we wat zij hebben gedaan en kunnen we constateren dat er een stijging is van het aantal deelnemers. Dat is mooi, want dit was een van de speerpunten van het 'mee-doen'; een groter bereik.

In het raadsvoorstel spreekt het college over de evaluatie die plaatsgevonden heeft in 2009, tevens beschouwt u de invoering van het beleid als succesvol, en spreekt het college zelfs van het bereiken van haar doelen uit het collegeprogramma. Wat ons betreft slaat u de plank hier volkomen mis.

Het meedoenbeleid is meer dan alleen het aantal deelnemers, het bereik van. Wij willen graag de effecten zien van dit beleid. Hoeveel mensen zijn er nu ook echt mee gaan participeren. Want daar ging het tenslotte om. Wat zijn de sociologische aspecten van het meedoenbeleid? 

U spreekt in uw voorstel over experimenten om in de toekomst de effectiviteit van de meedoenpremies te verhogen. Als wij kijken naar de opsommingen die het college vervolgens maakt dan betreft slechts één onderdeel van de drie, de werkelijke effectiviteit -nl. de premie voor maatschappelijke activiteiten (effectief meetbaar). Andere, door het college genoemde experimenten zoals de vermogenstoets en een regeling voor peuters gaat over het afbakkeren van de doelgroep en een groter bereik voor peuters. D66 wil niet alleen effectiviteit op kwantiteit zien, maar ook op de kwaliteit.

In het college voorstell wilt u voor gebruiksgoederen een geldbedrag ter beschikking gaan stellen. Wij begrijpen dat je daarmee een hoop administratieve rompslomp kunt voorkomen, maar verwachten dat de doelgroep deze jaarlijkse schenking als structureel inkomen zal gaan beschouwen, mensen gaan er op rekenen. Wat D66 betreft moet dit anders; er moet een controle systeem zijn bijvoorbeeld achteraf (fysieke controle, betaling witgoed), bovendien willen wij dit voor een breder doelgroep mogelijk maken en niet alleen voor gezinnen.

D66 is blij dat de qualificatie 'personen met een ontbrekend arbeidsmarktperspectief' wordt losgelaten. Maar het is niet duidelijk wat we wel gaan doen met deze groep. Blijven ze in beeld? Straks zijn er tekorten op de arbeidsmarkt, en wellicht liggen er dan ook weer kansen kansen, juist voor deze groep. Houdt deze mensen in beeld -immers we moeten creatiever worden in het vinden van oplossingen.

In het stuk staat dat het meedoen van peuters gestimuleerd moet worden. De ISD moet een regeling hiervoor ontwikkelen, zo staat te lezen. D66 vindt dat de peuterspeelzalen goed werk verrichten. Zij hebben kennis en kunde in huis betreffende de voorschoolse educatie. In het kader van achterstandenbeleid zijn zij belangrijke partners. Wij willen niet allerlei ingewikkelde regelingen - volgens mij ziet Icare alle jonge kinderen (tot vier jaar) en kunnen zij de tegemoetkoming in kosten onder de aandacht te brengen.

 De 500 euro per kind voor het eerste schooljaar voortgezet onderwijs wordt gezien als een startbijdrage. D66 stelt een vraagteken bij het instandhouden van dit bedrag. Kinderen uit de minima komen immers in aanmerking voor het maximale bedrag van de IB groep. Het is een mooi kadootje, maar we weten dat er mindere jaren aankomen. Wij stellen vraagtekens bij de noodzaak en de hoogte van dit bedrag. Immers via de bijzondere bijstand is ook maatwerk voorhanden voor diegene die een start bedrag nodig hebben om te beginnen in het V.O. 

Al eerder heeft D66 aangekaard dat u voorzichting moet zijn met het rondstrooien van persberichten betreffende minima regelingen voordat de raad het college voorstel goedgekeurd heef. Zowel het GKB en het ISD zijn platgebeld over dit voorstel. Met name over de collectieve verzekering en de eigen bijdrage. De ISD kampt met het probleem dat vele nog geen gebruik maken van de collectieve verzekering.

Ook hierbij telt dat het college een groter bereik wilt hebben van de doelgroep, maar uit het veld, zoals dat heet, heb ik begrepen dat een overstap naar de partners van de ISD  niet altijd opweegt tegenover de collectieve korting die men krijgt op het totale verzekeringpakket bij een andere maatschappij. Hier zou nog eens goed naar gekeken kunnen worden.

Bijzondere aandacht willen wij vragen voor de laaggeletterden in onze gemeente. Het zou om zo'n 10% van onze inwoners gaan. De rijksmiddelen voor deze specifieke doelgroep is aanzienlijk verminderd. Toch willen wij dat hier structurele aandacht voor is, bij het college als het gaat om partijen waar wij als gemeente bij betrokken zijn (ISD, GGD etc.).  

Tot slot: de financiën: Onder het kopje risico's stelt het college dat zij twijfelt of het rijk de door haar financiële voorgestelde dekking accepteerd. Het college speculeert. D66 beziet dit voorstel als een vorm van inkomstenondersteuning en dat heeft niets te maken met participatie waar een derde partij bij zit, wat een voorwaarde is bij de door het college voorgestelde dekking.  Het is een Wishfull thinking. Het krijgt een vervolg in het volgende college.

D66 was tevreden met de beantwoording op de door ons ingebrachte punten: de witgoedregeling is geen 'geld'regeling, het telt niet alleen voor gezinnen, we krijgen een uitgebreide evaluatie niet alleen gericht op kwantiteit (aantallen) maar ook op kwaliteit en er komt een notitie over de voorschoolse activiteiten van de peuterspeelzaalwerk.