|
Uit de opiniërende raadsvergadering van 17 maart 2011: Welstandsbeleid
D66 kan instemmen met de opdracht tot het actualiseren en aanpassen van het welstandbeleid en reclamebeleid en het daarvoor benodigde krediet. D66 spreekt haar verbazing uit over het feit dat bij de evaluatie geen burgers, ondernemers en andere instellingen zijn betrokken. Deze partijen zijn immers ontevreden over het gevoerde beleid en het functioneren van de commissie. D66 pleit voor meer beeldkwaliteitsplannen, een minder formalistische opstelling van de commissie door het toevoegen van burgerleden en competentiebeleid ten aanzien van de leden van deze commissie.
Wel willen wij de volgende opmerkingen maken. De aanleiding voor het actualiseren komt voort uit de maatschappelijke ontevredenheid over de effecten van welstand, over het functioneren van de welstandcommissie en het inwerking treden van de WABO.
In dat kader is het verbazingwekkend dat de evaluatie van het beleid en het functioneren van de commissie uitsluitend is gedaan door de interen ambtelijke organisatie en de welstandscommissie zelf. Het is als de slager die zijn eigen vlees keurt. De onvrede en het onbegrip over het beleid en de commissie komen namelijk voort uit de maatschappij, burgers, ondernemers en instellingen. Het had dan ook voor de hand gelegen deze partijen te betrekken bij de evaluatie. Deze partijen worden blijkens het raadsvoorstel wel betrokken bij het daadwerkelijk actualiseren van het beleid. Dit kan ertoe leiden dat er ook andere zaken naar voren komen, dan in de onlangs gedane evaluatie naar voren zijn gekomen. Wat betreft D66 dient er ruimte te zijn dat aanvullende ingebrachte punten worden meegenomen in de aanpassingen van het beleid.
Wat betreft de inhoudelijke kant van het plan van aanpak van de welstandsnota zijn voor D66 de beeldkwaliteitsplannen van groot belang. Deze moeten voldoende afgewogen criteria bevatten om een welstandstoets uit te voeren. Daarbij kan het geen kwaad bepaalde beeldkwaliteitsplannen nog eens tegen het licht te houden. Bijvoorbeeld Messchenveld: worden hier geen te stricte criteria gehanteerd en is dit wellicht de oorzaak dat het Messchenveld nog zo leeg is? Ditzelfde geldt overigens ook voor het reclamebeleid. Graag horen wij de reactie van de wethouder.
Ten aanzien van het functioneren van de commissie: Wat ons betreft zal er zorgvuldig gekeken moeten worden naar de samenstelling van de commissie. Wij zijn groot voorstander van toetreden van burgerleden in de commissie. Dit kan leiden tot een minder formalistische opstelling van de commissie en leiden tot meer begrip bij de bevolking. Goede communicatie is van groot belang. Zoals gesteld in het voorgestelde plan van aanpak zijn de rollen van de voorzitter en secretaris van groot belang. In dat kader is het van belang dat er duidelijke competentieprofielen worden opgesteld voor deze functies, op basis waarvan zal worden geworven.
Tot slot gaan wij ervan uit dat aanpassing van het beleid zal leiden tot vermindering van regels, meer duidelijkheid voor belanghebbenden en een beleid dat meer aansluit op de behoeften van burgers, ondernemers en instanties.
Reactie andere partijen:
Door sommige partijen werd gepleit voor afschaffing van de welstandscommissie. De meerderheid neigt echter naar aanpassingen in het welstandsbeleid met minder regels. Meerdere partijen verbaasden zich over het feit dat bij de evaluatie geen burgers, ondernemers en andere instellingen zijn betrokken. Er werden enige vraagstekens gesteld bij de kosten om tot aanpassing van welstandsbeleid te komen.
Reactie wethouder Smit:
Proces heeft te lang geduurd. Moet nu voortvarend aan gewerkt gaan worden. Dit met behulp van externe deskundige, aangezien de Gemeente zelf niet de capaciteit heeft om het beleid aan te passen, tenzij andere projecten ( bv onderdelen FlorijnAs) tijdelijk worden stil gelegd. Dit is niet wenselijk.
|