|
De mens en zijn omgeving Uitgangspunt voor het politiek handelen van D66 is het op verantwoorde wijze beheren van de aarde met al zijn levensvormen, zodanig, dat ieder mens tenminste kan voorzien in een bestaansminimum en de kwaliteit van het bestaan op langere termijn is gewaarborgd.
Een open en democratische samenleving D66 ontleent haar naam aan het gegeven dat democratie voor onze partij centraal staat. Mensen worden gezien als mondige burgers, in staat verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en de gemeenschap waarin zij leven. In een democratische maatschappij kunnen alle mensen deel hebben aan beslissingen die hen raken. Voor D66 is democratie een ethische houding die openheid en verdraagzaamheid eist tegenover anderen. Het is doel van en een middel voor ons politiek handelen. Democratie is met name een doel, omdat de democratische manier om machtsverhoudingen, invloed en controle te regelen, op mening terrein nog niet is gerealiseerd. Die ethische houding is dan ook nog geen gemeengoed. Democratie is voor D66 een middel, omdat het de beste methode van besluitvorming biedt en omdat het principe van ’elke mens één stem’ voortvloeit uit onze erkenning van het beginsel, dat een ieder gelijke rechten dienen te worden toegekend. ’De meeste stemmen gelden’ is een democratische spelregel om samen te beslissen. Deze mag echter nooit zo worden gebruikt dat daardoor de grondwaarden en het voortbestaan van de democratie zelf in gevaar worden gebracht. Een democratie is deze naam slechts waardig, indien deze de rechten en belangen van minderheidsgroepen erkent. D66 is principieel tolerant. Wij eerbiedigen de door iedere democraat en democratische politieke partij gehanteerde beginselen. Veelvormigheid van opvattingen binnen een samenleving en ook de botsing van die opvattingen kunnen inzicht verdiepen en tot betere gezamenlijke besluitvorming leiden. Wij aanvaarden verschil in uitgangspunten niet slechts uit welwillendheid, maar ook omdat wij de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen erkennen. Democratische verdraagzaamheid eindigt echter waar de verdraagzaamheid zelf wordt aangevallen, waar de fundamentele gelijkwaardigheid van alle mensen wordt ontkend en waar geweld de plaats van vrijheid en recht opeist. Daartegen is verweer geboden. Een democratie die niet de moed heeft zichzelf in stand te houden is niets waard. Deze opvattingen liggen niet onwrikbaar verankerd in dogmatische geschriften. Onze politieke doelstellingen willen wij bereiken vanuit onze democratische gezindheid, door op basis van een gedegen analyse van de vraagstukken realistische voorstellen te doen. De totstandkoming van partijstandpunten en de uitleg ervan is aan het gezamenlijk oordeel van alle leden onderworpen. Democratie is een hoopgevend en een riskant avontuur, begonnen in een tijdperk waarin mensen zich gingen emanciperen, dwars tegen feodale, paternalistische en oligarische tradities in. Democratie kan geen in zichzelf rustende toestand zijn. Het behouden en de bevordering daarvan is in de turbulente wereldsamenleving van vandaag zonder meer een uitdaging. Democratie is niet alleen een kwestie van het verbeteren van besluitvormingsprocessen. Politiek handelen moet gericht zijn op handhaving en verbetering van individuele ontplooiingsmogelijkheden. De ontplooiing van de mens moet geschieden in vrijheid en verantwoordelijkheid, naar eigen inzicht en overtuiging, in solidariteit met medemensen en zonder discriminatie van anderen. D66 beschouwt de verscheidenheid van mensen en opvattingen als een positief gegeven en tevens als voornaamste bron van maatschappelijke vernieuwing.
Vrijheid D66 vat vrijheid niet op in de eng-liberale visie, die vrijheid van dwang (de zogenaamde formele vrijheid) centraal stelt. Het gaat om de mogelijkheid die een mens krijgt om werkelijk van zijn vrijheid gebruik te maken (de zogenaamde werkelijke of materiële vrijheid). Werkelijke vrijheid bestaat pas als daartoe ook de middelen aanwezig zijn om deze inhoud te geven, zoals met name goed onderwijs, goede gezondheidszorg, behoorlijke woonvoorzieningen en een redelijk inkomen. Alleen die vrijheid leidt tot vrije keuze bij het menselijk handelen. Wij gaan ervan uit, dat in en door die vrijheid mensen de kans wordt geboden zich te ontplooien, hun kwaliteiten te ontwikkelen en uit te bouwen. Maar D66 eist dat niet als tol aan de moderne prestatiemoraal, of omdat het een hogere plicht zou zijn. Wel is het bieden van de mogelijkheid daartoe onverbrekelijk verbonden aan onze opvattingen over vrijheid en gelijkwaardigheid. Niet elke vrijheid is en blijft steeds onaantastbaar. De vrijheid wordt begrensd door de (mede-)verantwoordelijkheid voor de medemens en de natuur. Onaantastbaar zijn uiteraard wel onze in de wet vastgelegde grondrechten. Het kan echter gebeuren dat andere vrijheden, die niet tot onze grondrechten behoren, worden beperkt om de vrijheden van anderen te waarborgen. D66 heeft geen algemene oplossing voor het aangeven van de grenzen daartussen. Burgerlijke ongehoorzaamheid zal steeds moeten worden opgevat als een signaal dat mensen deze grenzen overschreden achten en zal dan ook serieus moeten worden bezien. Op de grens tussen individuele vrijheid en collectieve samenleving ligt een spanningsveld. Collectief en individu kunnen echter alleen maar dankzij elkaar bestaan. Het is een zware opgave de collectieve regelingen steeds te beperken tot wat noodzakelijk is, en de pluriformiteit steeds voldoende tot zijn recht te laten komen. Maar als we daarin slagen, is dit spanningsveld een bron van individuele en sociale ontwikkeling.
Gelijkwaardigheid Mensen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. D66 verzet zich ertegen, dat ongelijkheid van mensen vertaald wordt in maatschappelijke ongelijkwaardigheid. Dat systeem is zo vanzelfsprekend gaan functioneren, dat mensen om allerlei redenen niet meer als gelijkwaardig worden beschouwd en daardoor bijvoorbeeld niet dezelfde kansen krijgen. Een samenleving die zo functioneert, scherpt ongemotiveerde ondergeschiktheid, tergende afhankelijkheid en veroorzaakt een democratie op drijfzand. Eén van de belangrijkste politieke opgaven is: het vrijheid bieden aan alle mensen en het blijvend mogelijk maken van die vrijheid. Gelijkwaardige mensen met een gelijkwaardig oordeel zijn de bestaansvoorwaarde voor de democratie.
Solidariteit In een democratie dient, naast vrijheid en gelijkwaardigheid, solidariteit leidend beginsel te zijn voor politiek en maatschappelijk handelen. Alleen solidariteit brengt de innerlijke tegenstelling die bestaat tussen vrijheid en gelijkwaardigheid tot een oplossing. Solidariteit doet vrije mensen beperkingen van hun vrijheden aanvaarden en geeft uitdrukking aan de zorg en de verantwoordelijkheid die mensen voor elkaar behoren te hebben. Solidariteit eist met name zorg voor hen die (nog) niet volledig in de samenleving kunnen participeren. Deze zorg heeft voor D66 echter niet het karakter van liefdadigheid, een betuttelend dictaat, een stellingname in een onontkoombare ’klassenstrijd’. Solidariteit is een houding uit respect voor de evenwaardige burger. Wanneer solidariteit de gelijkwaardigheid en zelfstandigheid van elke burger niet als uitgangspunt neemt, mag zij geen solidariteit heten. Solidariteit laat zich ook niet beperken tot bepaalde groepen of klassen uit de bevolking. Zij sluit identificatie met bepaalde belangen of eenzijdige behartiging daarvan uit.
Geen macht zonder controle De vrijheid en verantwoordelijkheid van mensen wordt bedreigd door de macht die anderen over hen uitoefenen en die wij gezamenlijk over hen laten uitoefenen. Nu is macht op zichzelf goed noch slecht. Macht is nodig om allerlei zaken te kunnen regelen. Maar macht kan corrumperen, kan uit de hand lopen. Een van de voornaamste opgaven van de democratie is steeds de aan individuen, groepen of gemeenschap gegeven macht te controleren en waar nodig te corrigeren of te herverdelen. Machtsuitoefening kan immers de openheid teniet doen, de vrijheid en gelijkwaardigheid aantasten, de democratie verzwakken. Het zijn niet alleen sterke mensen die op onaanvaardbare wijze macht kunnen uitoefenen. Ook in onze moderne (gebureaucratiseerde) verzorgingsstaat schuilt dit gevaar, omdat er overheidsmonopolies op sociaal, cultureel en economisch terrein ontstaan, zoals die ook bij bedrijven en instellingen tot stand komen. Zelfs als de monopolies via formeel juiste, democratische meerderheidsbeslissingen tot stand komen, dan nog achten wij het resultaat verwerpelijk, zolang niet voldoende democratische controle daarover wordt uitgeoefend, omdat het de kiem in zich draagt van economische, sociale of culturele onderdrukking. Monopolies beperken de mens in zijn keuzemogelijkheid en bedreigen daardoor zijn vrijheid.
Internationale gerichtheid D66 is zich voortdurend bewust van de samenhang van de ontwikkelingen in Nederland en in de wereld. Internationaal denken en handelen mag niet uitsluitend gericht zijn op het nationale voordeel. Ook in internationaal verband geldt voor D66 dat aan alle handelen solidariteit, gelijkwaardigheidsbeginselen, vrijheidsrechten, evenals vredelievendheid ten grondslag moet liggen.
Toekomstgerichtheid D66 beschouwt de democratie niet als een kortebaandraverij. Politiek handelen faalt, wanneer het voldoet aan allerlei fraaie en actuele eisen, maar daarbij de toekomst vergeet. Als de democratie ons veel waar is - en dat is ze - dan moeten we vooruit kijken. Als wij onze samenleving nu zo inrichten, dat wij voor de mensen die na ons komen de democratie in al zijn facetten niet de kans geven te functioneren, dan handelen wij niet volgens de primaire eis van de democratie: zichzelf in stand te houden. Ons handelen van vandaag is erop gericht ruimte te laten aan de toekomstige burgers, zodat die in vrijheid hun eigen gelijkwaardige samenleving kunnen inrichten.
|